Verslagen Radiocafé

Verslag 26 februari 2008: Over grammofoons

Al bij binnenkomst hoorde ik een singletje uit de zestiger jaren afspelen op een in de slipstream draaiende motor van een draagbaar platenspelertje. Voor iemand met een absoluut gehoor geen pretje, maar het herinnerde mij eraan dat ik de pianostemmer vandaag had moeten bellen.

Bij een blik in ons kleine zaaltje zag ik dat de drie aanwezige leden van het N.G.G het interieur behoorlijk hadden veranderd. Nodig vanwege de opstelling van een beamer en de diverse grammofoons. Het was dan ook moeilijk om nog zodanig plaats te nemen dat we zowel het white board en op de wand vertoonde beelden gelijktijdig zouden kunnen bekijken. Het was gelukkig minder druk dan gewoonlijk maar er kon nu nog nauwelijks een stoel bij.

Technicus Peter Boin startte de lezing met een verhandeling over de ingebouwde versterkers compleet met de daarbij passende lichtbeelden. Menigeen kreeg gelijk de indruk verzeild te zijn geraakt in de beginnerscursus van de NVHR, les 3. Het kwam bij mij over, als iemand die in een college van banketbakkers gaat vertellen hoe je een brood moet bakken. Corrigerende opmerkingen vanuit de aanwezigen gaven al snel aan dat hier geen leerlingen probeerden de uitleg te volgen, maar dat volwaardige technici en geroutineerde zendamateurs in het zaaltje plaats hadden genomen. Wat er werd verteld is misschien interessant op N.G.G-bijeenkomsten, voor ons was het begrijpelijk erg belegen en achterhaald.

Daarna nam René Daemen het woord die ons citeerde uit zijn geschreven cursus "Platenspelers". Beginnende bij de eerste bladtin machine van Edison tot de ingewikkelde wisselaars. De verschillen zijn hoofdzakelijk de motoren die vanaf de met de hand bediende Berliner met een slinger tot de in Disco's gebruikte Direct-Drive, alle werden getoond met duidelijke beelden op de muur. Niet vergeten de diverse toonafnemers van kristal tot dynamisch zowel mono als stereo.
Ook het herstellen van kristalelementen, waar trouwens John Hupse zeer bedreven in is, kwam aan de orde. Al deze zaken kwamen met de meegebrachte beamer voorbij. Leuk was ook om te weten dat voor reparatie aan de motoren slechts nodig is om aan te schaffen, een spuitbus dunne olie, een pot vaseline, wat fijn schuurlinnen en een hamer met plastic doppen.

Wil de motor na grondig doorsmeren of verhitten van de as met een hete soldeerbout niet draaien dan is dreigen met de hamer vaak voldoende om direct de motor weer op gang te brengen. Hoe echter een platenwisselaar werkt, blijft voor ons nog even een raadsel. Na de pauze zou het dan moeten gebeuren, het moment waar allen op zaten te wachten. Volgens Dick Zijlmans zou het ons eindelijk duidelijk worden hoe de Circlotron versterker nu echt werkt.

We waren benieuwd !! Peter Boin ging enthousiast aan de slag op het bord met tekeningen om ons duidelijk te maken hoe het werkt. Prima, niets aan te merken op de beginnende schetsen op het bord, tot bij de vraag: "Waarom zijn de voedingsspanningen van de voorgaande drivers gekruist aangesloten op die van de eindbuizen?"

Co Ross ging nu ook naar het bord en er ontstond een onderlinge langdurige discussie die de anderen niet ontging. Regelmatig hoorden we opmerkingen zoals: "Nee dat kan niet en hoe kom je daar nu bij, daar klopt niets van." Al eerder had ik verteld dat op deze wijze de rimpelspanningen van de beide voedingen in tegenfase aan de eindbuizen worden toegevoerd en dat hier sprake is van bromcompensatie. Maar Co wilde overtuigend bewijs van deze stelling.

Terwijl zij beiden zo bezig waren voor het grote bord, werd er nu door de anderen die dat voor gezien hielden gesproken over het wonderlijke toestel dat was aangeboden op Marktplaats. Er zou daar in Bal lamp in gebruikt worden. Ik was al direct bij het verschijnen van de advertentie op marktplaats telefonisch door diverse leden gebeld. Bij een van de opmerkingen dat de gloeidraad zichtbaar heel zou zijn, was het voor mij al duidelijk dat geen Bal lamp kan zijn, want die zijn gematteerd.

Of het dan een NSF-toestel zou zijn, ware dat zo dan had Frans Driesens al direct bij de aanbieder op de stoep gestaan. Wel is op het front het door NSF in de catalogus van 1923 aangeboden Marconi lampvoetje zichtbaar. Een combinatievoet geschikt voor IDZ en voor de gewone vierpens lamp. Terwijl nog altijd Peter Boin en Co Ros in een hevig gesprek gewikkeld waren, werd door ons gesproken over de lamp die achteraf een IDZ type C bleek te zijn. Ik had er ook een paar meegenomen ter vergelijking.

Wat de Bal lamp betreft, in het dagblad de Telegraaf van 10 april 1999 schrijft zijn zoon Leonard Jan onder de kop van het artikel. " Mijn vader was uitvinder van de radiolamp. Maar zijn ontwerp werd op de beurs gestolen!!  Er zijn rare dingen gebeurd in 1918. Mijn vader werd het succes misgund tijdens de eerste radiotentoonstelling in de grote zaal van de dierentuin in Den Haag. Daar waar de meeste toestellen zonder versterking met de hoofdtelefoon beluisterd moesten worden, schalde bij stand 33 het morsetijdsein van Parijs luid uit de hoornluidspreker. Mogelijk door het gebruik van de lamp en de ingenieuze terugkoppeling. Na afloop van deze tentoonstellingsdag bleek de lamp uit het toestel te zijn gestolen. De volgende dag bleek de lamp weer te zijn terug geplaatst."

 

De dader ligt op het kerkhof maar volgens zijn zoon is het wel heel vreemd dat Ir. Hanso Henricus Schotanus à Steringa Idzerda twee maanden later een radiolamp ontwikkelde, vrijwel identiek aan de Bal-lamp. Idzerda kreeg patent op de zogeheten IDEEZET lamp, die door Philips als eerste Nederlandse lamp in productie werd genomen. "Een jaar later klinkt er uit de eerste radiotoestellen spraak en muziek, maar mijn vader had het nakijken".

Dit is slechts een kort uittreksel uit het bijna paginavullend verhaal in de Telegraaf. Het blad had ik ook meegenomen en verscheidene aanwezigen hebben het ter plaatse doorgelezen. Wij weten natuurlijk dat de lamp door Lee Forest is uitgevonden in 1906 en in het jaar 1918 van de BAL lamp was het al drie jaar geleden, namelijk 15 oktober 1915 dat patent werd verleend op de nu voor verzamelaars gewilde TM lamp met de vierpens voet. Een lamp die ook kwalitatief beter is dan de Bal en IDZ.

Het werd gezellig door al deze conversatie en de zo door Dick Zijlmans gewenste cafésfeer die we in het begin even moesten missen kwam gelukkig weer om de hoek kijken. Koffie, koek en frisdranken zijn altijd rijkelijk aanwezig, over de verzorging hoeven we niet te klagen.

Voor het bord ging de discussie nog altijd voort met druk doende gebaren. Echter zoals later zou blijken zonder resultaat en het antwoord is nog niet gevonden. Beter zou zijn de draden in de versterker op de meettafel te verwisselen en kijken wat er gebeurt. Volgende keer de versterker maar meenemen lijkt mij.

Frank Hartgers vertelde mij nog zijn belevenissen met een verworven Philips V6A uit 1938 waar met het verdraaien van de afstemming het mechaniek sluiting maakte met de voeding. Zelf heb ik ook zo'n toestel en vrijwel dezelfde klacht gehad. Het bijna onbereikbare mechaniek draait wat raar tussen de bedrading door in mijn toestel en ook daar maakte af en toe een bewegend onderdeel sluiting. Het is moeilijk om daar zonder problemen wat aan te doen, bij het minste geringste valt de isolatie van de bedrading.

Het toestel heeft geen chassis en het geheel is op enkele punten vastgezet aan de bakelieten kast. Toch een leuk en apart toestel met bij vrijwel alle een wat onduidelijke schaal.

Peter Boin had ondertussen na de lang lopende vermoeiende discussie een van de draagbare platenspelers geopend, zodat we de kleine versterker konden bewonderen.

Nou veel bijzonders was het niet en vergeleken met de door Maarten Gudde meegebrachte Philips versterker uit 1928 een wel heel pietluttig geval, dat mij gelijk duidelijk maakte waarom het zo armetierig klonk. De uitgangstrafo is wel zo klein dat alleen al bij het op de plaat zetten van de toonafnemer de kern in verzadiging raakt.

Het was even wennen aan deze avond die wat anders verliep als gewoonlijk, hopelijk zijn de volgende avonden weer zo als we gewend zijn en praten we weer over echte radiotechniek wat toch de opzet is van deze caféavonden. Het heet niet voor niets "Het Radiocafé !!"

Piet van Schagen