Verslagen Radiocafé

Verslag 29 januari 2008: Acculaders

Wij hebben waarschijnlijk allemaal wel eens ervaren op een koude winterochtend dat met het starten van de auto de motor nog nauwelijks rond draait, te langzaam om de motor op gang te brengen. Als een accu een inwendige weerstand heeft van 0,1 Ohm en de startmotor trekt 50 Ampère is met een simpele rekensom te berekenen dat de klemspanning nog slechts 7 Volt zal zijn. Er zijn dan enkele mogelijkheden om te proberen op een andere wijze toch weg te kunnen rijden.

A. Gebruikmaken van een slinger als die mogelijkheid er is of proberen een paar voorbijgangers te bewegen om in het koude winterweer de auto aan te duwen. Het voordeel is dat de klemspanning van de accu redelijk hoog blijft nu de startmotor niet wordt gebruikt en er toch voldoende ontsteking kan plaats vinden.

B. De stroomdraad los nemen van de bobine en even een goede zaklantaarnbatterij daar mee in serie op te nemen. Nu met het trage starten is er toch een redelijke vonk en bij goede compressie kan dat succes vol werken. Wel eerst zonder onderbreking van de batterij de stroomdraad weer proberen aan te sluiten, om te voorkomen dat de motor afslaat. Hetgeen met ondertussen koude handen een moeilijk karwei zal zijn.

C. De accu los nemen: altijd eerst de klem welke met aarde is verbonden!! Doe je het andersom en de sleutel komt tegen metaal dan ben je verder van huis en kan de sleutel zelfs vastbranden. Is dat gelukt, de accu mee naar binnen nemen en een kwartier op de verwarming zetten. Je werk bellen dat je wat later komt.

D. Een slachtoffer zoeken die met behulp van startkabels wil helpen. Moet wel iemand zijn met een totaal gebrek aan technische kennis, die zijn nog goede accu daarvoor wilt lenen, liefst nog met draaiende motor.

Om in normale gevallen de maximale laadstroom niet te overschrijden is het noodzakelijk een weerstand in serie op te nemen tussen dynamo en accu. Daar de tegenspanning van de accu tijdens het laden stijgt, is het nodig een veranderlijke weerstand te nemen zodat de spanning waarmee de accu wordt geladen geregeld wordt. In onze auto is daarvoor een kostbare laadautomaat aanwezig die daarvoor zorg draagt. Begrijpelijk dat deze als er zo met kabels wordt gestart er niet alleen twee accu's zijn aangesloten waarvan een met een lage inwendige weerstand maar ook nog eens een stroom slurpende startmotor niet weet waar hij aan toe is.

Vooral als je vergeet het instructieboekje te lezen, enkele fabrikanten schrijven dat de minpool van de hulpaccu niet aan die van de autoaccu moet worden aangesloten maar direct op het motorblok. De behulpzame man zal dan ook later waarschijnlijk bij de garage aankloppen omdat zijn acculaadwaarschuwingslampje blijft branden.

E. Het openbaar vervoer te nemen en dan de accu in lading zetten. Alhoewel hoe weet je bij thuiskomst dat hij voldoende geladen is zonder zuurweger?

F. Waarmee moet een accu geladen worden? Niet met een goedkoop regelbaar voedingsapparaatje dat normaal gebruikt wordt om transistortjes van stroom te voorzien of je moet toch al van dat speelgoedje af willen.

Juist het laatste was dit keer het onderwerp op deze avond nadat een bezoeker van het café eerder een minder prettige ervaring had gehad, met een dergelijk voedingsapparaat. Ook hij probeerde zijn accu op te laden met een regelbare voeding. Nadat hij zijn accu had aangesloten op het nog niet ingeschakelde apparaat sloeg de Ampèremeter met kracht naar links, om nooit meer uit die hoek terug te komen en een brandlucht gaf aan dat zijn voeding was overleden.

Al direct werd gezegd door verscheidene aanwezigen in het café dat je altijd in zo’n geval een diode in serie moet opnemen. Maar het leed was al geschiedt!! Nu konden elektronen vrijelijk tegengesteld door de voeding lopen en maling hebbende aan eenrichtingsverkeer door transistortjes en zenerdiodes heen rennen. Begrijpelijk dat transistoren dan maar gelijk de verboden inrij borden weghaalden en in alle richtingen de deuren openstelden voor het elektronenverkeer. En het verder voor gezien houden.

Tijd dus om deze avond eens uit te leggen hoe zo’n voeding werkt en wat de oorzaak is van het defect raken na het aansluiten op een accu. Misschien wel aardig om daar een artikel aan te wijden in het RHT.

De ook deze keer weer druk bezochte avond werd geopend met een kort verslag over de alom bekende onverwoestbare Philips 1347/16 die door gebruik te maken van magnetische verzadiging van de kern een vrijwel gelijkmatige laadstroom levert aan de accu. Ze worden nog regelmatig aangeboden op onze beurs, echter de lamp type 1119 is meestal defect of niet meer aanwezig. Een dubbelfasige gelijkrichtlamp met een vrij grote verspiegelde bol die ook in een kerstboom niet zou misstaan. Ze zijn niet gemakkelijk te vinden.

Een eventuele oplossing is het gebruik van twee kwiklampen type 451 met een verloopvoet (zie foto). Wel bij het maken even opletten in welke positie de voet moet staan om het bordje met de twee fittingen recht in de kast te krijgen. Van elke lamp worden dan de anodes parallel geschakeld.
Daarna werd alle aandacht gevraagd voor de regelbare gestabiliseerde voeding met transistoren. Het lijkt op het eerste gezicht moeilijk als je het schema bekijkt, maar met slechts de wet van Ohm en het vermenigvuldigen van de bèta’s toch altijd gemakkelijker te begrijpen dan buizentechniek. Op een vlotte en goed begrijpende wijze met schema’s als voorbeeld op het bord werd dan ook uit de doeken gedaan hoe het werkt en wat er mis kan gaan. Het reeds herstelde en meegebrachte apparaat bleek niet goed te functioneren. Het originele fabrieksschema bleek na berekening hier en daar niet geheel te kloppen. Waarschijnlijk had men gebruik gemaakt van de in het magazijn beschikbare weerstanden en de wat minder lineaire werking en de te hoge uitgangsspanning maar voor lief genomen.

Het werkt en het is handel moet je maar denken. Na deze uitleg kan de eigenaar het corrigeren en het toestel verbeteren. Een leerzame voordracht die wat uitliep met gevolg een wat late pauze. De nog te vertonen film is dan ook verschoven naar de volgende avond.

Piet van Schagen