Verslagen Radiocafé

Verslag 18 december 2007: de Philips AG9007 versterker

Een wat teleurstellende opkomst, waarschijnlijk door de veranderde weersomstandigheden of het naderend kerstfeest. Jammer echter voor diegenen die niet konden komen en deze avond moesten missen. Het was een interessant onderwerp dat deze avond door Co Ros besproken werd, de Philips AG9007 versterker.

Een voor hen, die hogere eisen stellen aan een versterker, een wat wonderlijke schakeling, die opgang deed rond de jaren vijftig. Transformatorloze eindtrappen zijn er in diverse varianten. Deze 60 Watt eindtrap met een wel heel gunstig brom- en ruisniveau van –95dB heeft eindbuizen in een soort Wheatstone Brugschakeling waarbij een totale symmetrie wordt verkregen en die ook veelvuldig wordt gebruikt in breedbandige symmetrische versterkers in meetinstrumenten en oscillografen.

Bekend is de Circlotron van Electro-Voice uit eind 1953. De eindbuizen worden in een geaarde anodeschakeling gebruikt, beter bekend als kathodevolger en de versterking is dan ook minder dan één en heeft een totale tegenkoppeling. Een kathodevolger geeft dan ook praktisch geen vervorming maar levert wel de benodigde energie. Een nadeel is de hoge stuurspanning die nodig is om de eindtrap voldoende uit te sturen.

Ook Philips komt in 1954 met een dergelijke versterker op de markt: de AG 9000 met twee maal een EL81 in een brugschakeling. Al snel gevolgd door de AG9007 met vier maal een EL36, twee aan twee parallel.

(vereenvoudigd schema)

Ondanks dat juist voor een dergelijke brugschakeling aan de voeding geen hoge eisen gesteld hoeven te worden, wordt een dubbele voeding toegepast waarmee de anodes en de schermroosters gekruist worden gevoed, voor algehele bromcompensatie.
De AG9007 blinkt niet uit in schoonheid,  geen verchroomd chassis, gevat in een ebbenhouten omlijsting en voorzien van overbodige aandachttrekkende versieringen, die de indruk moeten wekken met een bijzonder apparaat van doen te hebben en de schijn opwekken dat daar een behoorlijk prijskaartje aan hangt. Nee deze eindtrap is in een grauwe grijze industriële kast ondergebracht, kwaliteit hoeft niet met een krans omhangen te worden. Philips heeft daarentegen wel het inwendige voorzien van een hoogstaande technische afwerking. Maar geen toestel om zichtbaar in de huiskamer op te stellen. Het gaat hier om de kwaliteit en de prestatie die deze versterker kan leveren.

Middels meegebrachte tekeningen door Co Ros en afbeeldingen in kleurendruk die op zich al het bekijken waard zijn, konden de aanwezigen zijn voordracht goed volgen. Het werd dan ook weer een leerzame avond. Natuurlijk kon deze versterker de scoop en laagfrequent generator niet ontlopen en de plaatjes op het scherm logen er niet om, een prachtige karakteristiek. Wel was bij volle uitsturing met blokgolven te horen dat de vijftigjarige seleen gelijkrichtdioden het er niet mee eens waren zo zwaar belast te worden.

De door Co geleidde discussie leverde verhelderende antwoorden over de werking van deze unieke schakeling. Daar voor een groot uitgangsvermogen luidsprekers met een impedantie van 800 Ohm moeilijk te vinden zijn kan een laagspanningstrafo met een wikkelverhouding 10 : 1 en voldoende vermogen gebruikt worden zodat een luidspreker met een impedantie van 8 Ohm gebruikt kan worden.

Co gaf hiermee een demonstratie waarbij een ringkerntrafo werd gebruikt met verassende resultaten. Hierbij werd gebruik gemaakt van een functiegenerator. Blokgolven van zowel 10 Hz en 20 kHz werden in strakke keurige haakse figuren zichtbaar gemaakt op de oscilloscoop. Een bijkomend voordeel is de betere demping door het gebruik van de trafo omdat de inwendige weerstand veel kleiner wordt.

Wat deze ringkerntrafo betreft, een dergelijke transformator kern uitgevoerd in een ring heeft een zo gunstig mogelijk magnetisch circuit en vertoont weinig hysteresis en wervelstroom verliezen. Echter het wikkelen is niet gemakkelijk daar de vooraf op een speciale draadspoel gewonden draad telkens door de opening van de kern moet worden gestoken. Bovendien is de kopervulling aan de binnenzijde dikker dan die van de buitenzijde. De draden zijn wild gewikkeld en de kans op spanning overslag tussen de windingen is groter dan die van een op een spoelhuis naast elkaar gewikkelde wikkeling van een mantelkern transformator. Ook de koeling van de kern is bij warm worden niet eenvoudig.

In zware eindtrappen wordt dan ook meestal toch de mantelkerntrafo gebruikt. De documentatie met schema's van de AG9007 zijn te verkrijgen via onze NVHR-website en wie meer wil weten over deze Circlotron schakeling kan dat vinden op Google of anders opvragen bij de Technische Commissie.

Piet van Schagen