Verslagen Radiocafé

20 november 2007: Dyne variaties

Ook nu weer een druk bezochte avond in ons radiocafé.  Dit keer werd er geopend met een uitleg over de diverse schakelingen eindigend op 'dyne'.
Beginnende met de autodyne, de teruggekoppelde detector die net even naast de zender afgestemd, de uitgezonden morsesignalen kan laten horen.
Een variant hierop is de homodyne en zo volgden de vele andere zoals de negadyne, isodyne, megadyne, neutrodyne, heterodyne, ultradyne, tropadyne en nogmaals de reeds eerder besproken synchrodyne. Welke laatste ook succesvol door mij wordt besproken op de diverse Veronlocatie's. Een wat wonderlijke ontvangstschakeling uit 1947 met een Cowan modulator (ringmodulator) als detector, hetgeen een hoge geluidskwaliteit garandeert.  Eindigend met de sensodyne, hetgeen tandpasta is voor een roterende tandenborstel, daarmee nogmaals bevestigend dat met 'dyne' een roterende kracht wordt bedoeld.

Niet  vergeten dat ook de eenheid van magnetisme wordt uitgedrukt in Dyne. Een Dyne is ook één milligram.  Even dus een stukje historie dat past in ons NVHR-gebeuren en daar alle aanwezigen lid zijn, is het toch een leuke aanvulling op de historische kennis van de radiotechniek.

Daarna werd besproken de TRAV-LER radio de 5056A met de buizen 12SA7, 12SQ7, 50L6 en 35Z5.  Een klein toestelletje 11 x 13 x 15 cm , dat gemakkelijk mee op reis genomen kon worden in de koffer. Denkelijk voor diegene die toentertijd geregeld op reis gingen en op de hotelkamer het toestelletje konden gebruiken, of als extra radio in huis. 

Klik op schema om te vergroten

Zo te zien een eenvoudig schema, maar goed bekeken zijn er toch wat wonderlijke zaken te bespreken. Opvallend is de wonderlijke antennekoppeling en de aansluiting van de primaire van T1 ( MF-trafo) op de 12SA7. Waarbij ook het derde rooster is aangesloten op de primaire wikkeling. De tweede diode van 12SQ7 aangesloten achter R5 op de AVC-lijn.
Hoe krijgt de triode trouwens haar negatieve voorspanning? En waarom een weerstand van 220 MOhm over de condensator C1? Alleen al de wijze van aansluiten van het 110 Volts-net op het toestel en volgorde van de serieschakeling van de buizen en het 47 Ohm weerstandje, dat je in vrijwel elk Amerikaans serietoestel aantreft.  Waarom C1 achter het gloeilampje dat tevens dienst doet als zekering?

Genoeg dus om uit te leggen met behulp van viltstift en  het grote white-board. Een eenvoudig schema maar er is behoorlijk veel over te vertellen.  De uitleg vergde nogal wat tijd, vooral veroorzaakt door de niet geaarde luidspreker in het schema, wat tot gevolg had: een verhaal over de import van Faneluidsprekers en mijn bezoeken aan de diverse luidsprekerfabrieken in Engeland. Het magnetiseren van magneten in de fabriek en hoe thuis met behulp van een een rol 100 meter elektradraad van 2,5 mm, een diode, een 10 Ampère automaat en met behulp van een toongenerator, een magneet weer versterkt kan worden.

De pauze begon dan ook  wat later als gewoonlijk. Daarna vertelde Frank Hartgers over zijn ervaringen met een door Gyula Kiss ontworpen transistorontvanger. Begrijpelijk zoals wij van Gyula kunnen verwachten, een reflexuitvoering met een minimum aan onderdelen en toch een zeer gevoelig ontvangtoestel.

Frank Hartgers gaf uitleg over het schema en de gebruikte transistoren van dit toestel dat zelfs voorzien was van een aparte antenne-afstemming die draaibaar gekoppeld kan worden aan de ingangskring van de ontvanger. Een antenne is echter nauwelijks nodig  vanwege de op ferrietkernen gewikkelde spoelen. 

Als laatste spreker  van deze avond toonde Frank Nijs, bekend van het Rotterdams radiomuseum ons een grote kwikdamp gelijkrichter. Een staaltje van hoogwaardig glasblazerstechniek.  De werking werd door Frank uitgelegd en dat was toch wat ingewikkelder dan  de voor ons bekende kwiklamp gelijkrichtertje van de algemeen bekende 4 Volts acculader. Alleen al het zien van de gloeidraad die zeker zo'n  30 Ampère kan verwerken bij 3,8 Volt geeft toch wel even te denken.  Een prachtig stukje techniek ter afsluiting van deze avond.

 
Piet van Schagen.