ReVox, het sprekende toestel

ReVox, het sprekende toestel. Deel I; Historisch buizenoverzicht
Door: Rob Schneider

Inleiding
Als liefhebbers zijnde van historisch en vaak legendarische audioapparatuur, hebben we allemaal wel eens gehoord of iets te maken gehad met het merk ReVox, uit Zwitserland. We kennen dit land vanuit haar degelijkheid van een aantal audioproducten, degelijkheid zoals we die van Lenco, Thorens en Uher, gewend zijn.
Naast AEG en Telefunken ontwikkelde

Willi Studer.

Willi Studer professionele apparatuur voor studiogebruik onder de naam Studer en met deze kennis voerde hij daarnaast het merk ReVox. Hij was in ruime zin van het woord een visionair, uitvinder, en ondernemer, met een uitgesproken mening, gericht op de registratie van geluidsopnamen, door middel van bandtechniek. Zijn producten stonden borg voor betrouwbare, duurzame mechanica en genoten een wereldwijde bekendheid in verschillende omroep- en toonstudio’s. Daarnaast heeft hij versterkers en tuners gebouwd, die bijvoorbeeld in gebruik waren bij de omroepstudio N.O.B. (Nederlands Omroep Bedrijf) als referentieapparatuur.

In het midden de A76 tuner en de A78 versterker.

Verder ontwikkelde hij draaitafels, CD-spelers, cassettedecks, luidsprekers en microfoons. Uit nauwkeurig onderzochte broninfo (niet van internet)volgt hier gedocumenteerde informatie uit een historische terugblik van het ReVox-buizentijdperk, vanuit de visie en overtuiging van Willi Studer.

Onderscheid Studer en ReVox
Willi Studer was in wezen het gezamenlijk gezicht van ReVox en Studer. Het onderscheid is echter dat ReVox meer gericht is op de veeleisende amateur, met een voornemen op het maken van live-opnamen of registratie van een demotape. Maar ook de echte professionals maakten gebruik van ReVox-apparatuur. Een goed voorbeeld van de betekenis demotape is het volgende. Misschien herinneren we ons nog wel het bekende Metropole Orkest onder leiding van Rogier van Otterloo (zoon van dirigent Willem van Otterloo), die in de vroege jaren ‘70 een zeer goed repertoire easy listening wist te presenteren. Dit deed Rogier door middel van het zelf maken van een demotape thuis, waarbij hij zijn eigen composities inspeelde op toonband, demotape genoemd, vanaf zijn vleugel. Hij maakte hierbij gebruik van een ReVox serie 36 buizenrecorder en Sennheiser microfoons, om vervolgens zijn demotapes (demo = demonstratie) weer bij de platenproducent af te leveren, als muzikaal introductiemateriaal. De banden waren dan op tweesporentechniek opgenomen en geschikt voor beoordeling door de betrokken platenproducer. Op deze manier wist men de studiokwaliteit voor een groot deel in huis te halen, vanuit de oorspronkelijke Studer techniek.

Serie 36 productie.

De opzet van ReVox was in grote lijnen gericht op een robuust gebouwd 3-motoren loopwerk; het ontbrak hierbij echter wel aan sommige studiofaciliteiten. Er waren bijvoorbeeld géén symmetrische in- en uitgangen aanwezig, deze waren vervangen door conventionele lijnaansluitingen en dat maakt hem een semiprofessionele machine. Studer masterrecorders waren uitsluitend ontwikkeld voor continu studiogebruik, met minimale zweving en maximale dynamiek, zonder enig compromis. Het aantal sporen was hierbij uiteraard een veelvoud, in een keuze van 2 - 24 sporentechniek, zoals bij de Studer A80. Banden met een breedte van 1 - 2 inch (50,8 mm!) maken op 38 cm/sec een realistische opname mogelijk. Deze hoge studiosnelheid was echter ook verkrijgbaar op bepaalde ReVox typen A77, B77, A700 en de PR99-recorders en G36-typen. Radiostudio’s werkten voornamelijk met ¼ inch recorders van Studer, vergelijkbaar met de Telefunken M10 en M15 en AEG-machines.

Kepler, vier eeuwen geleden...
Hier volgt eerst enige voorgeschiedenis omtrent het ontstaan van ReVox.
Registratie van spraak en muziek heeft de mensheid al ruim vier eeuwen bezig gehouden. In de begintijd heeft de astronoom Johannes Kepler toenmaals al een sprekend toestel gemaakt. Het was zijn doelstelling om het geluid te conserveren en te bewaren om het later wederom terug te kunnen horen. In het audioverleden van de bandrecorder reizen we bijna 70 jaar terug in de tijd naar het jaar 1948, waar buizen aan de orde van de dag een gewoonte waren geworden.

Buizentijd Willi Studer 1948-1967
ReVox heeft menigeen onder ons, amateurs zowel als professionals, verrast met haar techniek en resultaat van haar muzikale geluidsweergave en wist bovendien de referentiegrenzen naar een hoger niveau te verleggen.
De toonbandmachines waren eerst mintgroen en later grijsblauw gekleurd.
Willi Studer was enerzijds zijn tijd ver vooruit, anderzijds wachtte hij vaak té lang met bepaalde hervorming. Meer daarover in later stadium.

Dynavox prospectus uit 1949.

Zijn werkwijze bestond in een strak beleid, waarbij er continu aan de innovatieve verbeteringen van de technische productiekwaliteit werd gewerkt. Hoofdzakelijk handmatig gebouwde machines, die de menselijke stem zowel als de muzikale geest hebben doen herleven, in een natuurlijke weergave!
De auteur heeft in het verleden al op jonge leeftijd regelmatig liveopnamen gemaakt met gebruik van onder andere ReVox-apparatuur, in een divers klassiek repertoire van bekende en minder bekende toonkunstenaars.

Eerst kwam Dynavox
Vastgelegd als toonbandopnamen, in gereproduceerd geluid en muziek, werden er vanuit historisch en geluidstechnisch oogpunt in het jaar 1949 al goede resultaten geboekt door Willi Studer.
Deze bandrecorders werden uit Amerika geïmporteerd, maar vanwege de 60 Hz netfrequentie en afwijkende netspanning van 110 V in plaats van 220 V, was Studer verplicht om een aantal aanpassingen te verrichten aan de capstanassen, vliegwielen, lagers enzovoorts.
Er waren natuurlijk omvormers voor het lichtnetprobleem, maar de machines vibreerden bij 50 Hz. Deze eerste bandrecorders waren eigenlijk Sound Mirrows uit 1946 van de firma Brush uit New York en werden toen vervolgens door Studer samen met 3 medewerkers omgebouwd voor de Europese markt. Men begon toen ook in hetzelfde jaar met een oplage van 500 recorders, onder de naam DYNAVOX. De voorloper van ReVox had maar één snelheid en dat was 19 cm/sec in de kleur mintgroen. Een centrale hendel voor het bandtransport maakte het gebruik met een afstandbediening onmogelijk. Toen opperde Willi Studer al het idee om zelf recorders te gaan maken, vanuit zijn eigen visie. De techniek was ook al geschikt voor gebruik bij radiostudio’s.

Tekort aan meetapparatuur bij Studer
In de latere jaren ‘40 was er een probleem gerezen bij Studer door het ontbreken van de juiste meet- en regelapparatuur en daarom werd er via kunstgrepen naar alternatieve middelen gezocht. Zo werd bijvoorbeeld de telefoon-opnametoon als meetsignaal gebruikt om de recorders mee af te regelen!

Overgang Dynavox naar ReVox
Rond het jaar 1950 waren er plannen een eigen onderneming te starten onder de naam ELA AG. Voor Willi Studer is dit ook het moment geweest om een eigen merk bandrecorders te gaan uitbrengen en kwam met de eerste ReVox T26 op de markt. De naam ReVox komt voort uit twee Latijnse woorden, bedacht door Willi Studer: RE (terug of repeteer) en VOX (stem), samengevoegd was de terugkerende stem geboren, of ReVox! Vriend Albert Polster speelde een belangrijke rol in de eerste ReVox-periode. In ieder geval had Albert Polster een excentrieke en zeer ongewone verkooptactiek...

Albert Polster, test en promotie van de ReVox T26 in de Sahara.

Hij reisde namelijk af, met een aantal ReVox T26 recorders naar de Sahara. Samen met de woestijnbewoners van de Tuaregstam introduceerde hij aldaar, onder zware omstandigheden, de ReVox T26 aan de hand van een aantal testen. Later heeft Philips hier blijkbaar een voorbeeld aan genomen en is met de professionele studiorecorder PRO 12, uitgerust met een Studer loopwerk, op de Noordpool een zelfde soort promotie ondernomen.

Willie Studer en ReVox
Willi Studer uit Zurich (Zwitserland), is geboren op 17 december 1912 en op 1 maart 1996 overleden. Zijn kennis van fijnmechanica en elektronica wist hij te bundelen in een serie masterrecorders onder zijn merknaam: Studer.
Hiernaast heeft hij het plan geopperd om professionele apparatuur meer toegankelijk te maken voor de fanatieke audioliefhebbers, ofwel de veeleisende amateurs en was hierbij de eerste Europese fabrikant de studiokwaliteit in de huiskamer wist te brengen met zijn ReVox Serie 36 recorders. Deze waren gerangschikt in 7 verschillende typen: A36 t/m G 36. Willi Studer is in het jaar 1948 zijn firma begonnen en bouwde onder andere hoogspanningsapparatuur en Spezialoszillografen, waarmee tot 300 kV (300.000 volt!) gemeten kon worden, puur voor de industrie. Hij ontwikkelde en produceerde vanuit zijn eigen visie Studer en ReVox, met het scherpe onderscheid dat Studer uitsluitend gericht was op de professionele sector. Zijn productiefabriek groeide in 25 jaar uit tot meer dan 1000 medewerkers, alléén al in Regensdorf. Ook wereldwijd breidde hij snel uit naar meerdere bedrijven in verschillende landen, zelfs in Japan had hij succes! Hij werkte dag en nacht zonder enig eigen kapitaal, samen met een vriend c.q. boekhouder, aan de hand van opdrachten.

Allereerste ReVox T26 uit 1951
Van de T26 bandrecorder werden er 500 exemplaren gebouwd, uitgevoerd met 5 versterkerbuizen.

De eerste ReVox bandrecorder T26 uit 1951.

Het bandtransport was karakteristiek te noemen, op de foto is goed zichtbaar dat de rechterspoel in tegengestelde richting draaide ten opzichte van conventionele recorders. De professionele uitvoering, T27, was voor omroepstudio’s geschikt, er zijn slechts 100 exemplaren van geproduceerd, die waren bijvoorbeeld bij de Zwitserse Radiostudio Zurich in gebruik. De eerste modellen van ReVox hadden een hamerslag bovenplaat. In de T26 werd géén buisgelijkrichter maar een gewone brugcel gebruikt! Volgens Willi spaarde dat weer 1 buis uit... Het waren de enige machines van Willi Studer die maar met een enkele motor werden uitgerust en komt al meer in de richting van veeleisende amateur...

ReVox ingenieursbureau uit 1951.

De ReVox 60 draaitafel uit 1954
In dit jaar heeft Willi Studer een degelijke ReVox draaitafel geproduceerd. Door het lage productieaantal is dit een zeldzame speler geworden. Een groot probleem in het productieproces was de reden dat deze draaitafel maar voor een korte periode gebouwd kon worden. De ReVox 60 draaitafel werd aangedreven door een 4-potige synchroonmotor, die werd opgehangen in een massief ALU-GUSS (gegoten aluminium) frame. Door deze zware constructie ontstonden er minimale rumble en een lage wow & flutter-waarde. Brom, vanuit magnetische spreidvelden en door door het element opgepikt, werd geminimaliseerd of was afwezig. Het element had een recht frequentieverloop van 20-15 kHz.

De ReVox 60 platenspeler uit 1954.

ReVox A36 volgde ook in 1954
De eerste ReVox semiprofessionele bandrecorder, van de 36-serie, is in het jaar het jaar 1954 uitgebracht. Er zijn, geteld in het jaar 1956, slechts 2000 exemplaren van gemaakt en wordt als zeldzame bandrecorder beschouwd. Het was een volspoor monorecorder met 3 motoren, 2 koppen en elektromechanische druktoetsen. Deze serie bleef ruim 8 jaar lang nagenoeg ongewijzigd bij zijn opvolgers, tot het iets andere uiterlijk van de G36. Door de compacte bouw is het een machine die zich gemakkelijk liet transporteren naar bijvoorbeeld live-uitvoeringen en overige geluidsevenementen. Als nadeel had de eerste A36 een 2-koppentechniek, 1 wiskop en 1 combi opname/weergave kop, dus zonder nabandcontrole.

ReVox B36 als studiorecorder
In de periode (1954) ontwikkelde Studer ook een HiFi-monoversterkerset met buizen: een uitvoering met een losse gescheiden voor- en eindversterker, typen ReVox 59A en 59B, die met de EL34 in push-pull al 20-32 watt vermogen leverden.

ReVox voor- en eindversterker 59A en 59E uit 1954.

De opvolger van de A36, ofwel B36, komt in het jaar 1955, die samen met de Studer A37 in vele opzichten wereldwijd als echte studiorecorders werd beschouwd.
Op dit gebied was een wereldstandaard bereikt als basis voor zijn professionele recorders, met slechts een zweving van 0,3 % bij een snelheid van 19 cm/s. Hiermee was Willi zijn tijd alweer 10 jaar vooruit, omdat dit eigenlijk pas veel later vereist werd onder de DIN 45500 HiFi-norm. De B36 heeft in plaats van 2 toonkoppen al 3 koppen, met gescheiden voor- en nabandcontrole.

De ReVox B36 studiorecorder.

De ReVox C36 kwam in 1958
De C36 werd wederom als een studiorecorder verder ontwikkeld op kleine punten ten opzichte van zijn voorganger en behoorde korte tijd als standaarduitvoering in verschillende toon- en omroepstudio’s. Met haar buizenelektronica heeft deze recorder een zeer vlakke weergave, mede te danken aan het extreem stabiele loopwerk.

ReVox D36: de eerste stereorecorder uit 1960
In 1960 wordt er in een nieuwe fabriek gevestigd in de Althardstrasse te Regensdorf. Tevens komt er een nieuwe telg uit in de 36-serie, de eerste stereomachine van de reeks: de ReVox D36, waarbij alle technische en praktische problemen kennelijk overwonnen waren. De D36’s hadden een magisch oog, voor beiden kanalen, waarbij de stereosignalen kanaal I en II worden genoemd. Deze aanduiding werd altijd al standaard gebruikt door Willi Studer in plaats van L en R voor Left en Right.

ReVox 39, Mono buizenversterker
In het jaar 1960 kwam ReVox met een mono buizenversterker, Modell 39 als kleine bijzetversterker, als functionele uitbreidingsset bedoeld, inzetbaar om de ReVox D en E 36 volledig in stereo te laten functioneren.

De bijzetversterker Modell 39 vormt stereoweergave vanaf de ReVox D36.

De versterker was namelijk identiek aan de ingebouwde monoversterkers van deze twee typen en leverde een vermogen van 6 watt. Het resultaat bracht dan dus 2x 6 watt stereo teweeg. Er zaten 5 buizen in de versterker, waarvan 2x ECL82 in push-pull en is 2 jaar gebouwd.

ReVox 40, stereo buizenversterker
In 1961 werd de allereerste ReVox stereoversterker gebouwd die met 8 buizen en 5 ingangen was uitgevoerd. Deze versterker had de mogelijkheid om een bandrecorder aan een HiFi-installatie te koppelen, met toonregeling als mogelijkheid. De versterker is met 2x ECL86 in push-pull geschakeld en leverde 2x 10 watt sinusvermogen bij 8 , met maximale vervorming van 0,5 % en een frequentiebereik van 30 Hz-20 kHz. De versterker was ook speciaal voor de liefhebbers van vinyl ontwikkeld, met een RIAA-correctie. De montage van de 8 buizen geschiedde aan de onderzijde op dezelfde manier als bij de 36-serie, in een overzichtelijke opstelling. Modell 40 is gebouwd van 1961-1965.

De ReVox Modell 40 uit 1961.

Het frequentiebereik was het zelfde als de veel oudere T26, maar dan op gehalveerde snelheid van 9,5 cm/sec. De nieuwe 200 microfooningangen maakten hem geschikt voor langere microfoonkabels, te gebruiken bij live-opnamen, onontbeerlijk bij akoestisch grotere ruimten zoals kerken, concertzalen en buitenevenementen. Er werd echter in beperkte mate al gebruik gemaakt van transistoren in de ingangstrappen, die wederom in zijn opvolgers weer werden weggelaten! Hij was uitgevoerd met 10 buizen, 4 transistors en 3 dioden.

ReVox F36 uit 1962
De voortgang van de F36 kwam met 13 buizen en hiermee totaal 26 functies. Gescheiden stereo-opnameniveau wordt hierbij zichtbaar gemaakt door een dubbelwerkend magisch oog. De machine werd goed ontvangen met een uitgebreide test in het meetlabo van het Duitse audioblad Funktechnik in 1963. De prima meetwaarden, van onder andere de overspraakdemping, waren ruim 10 dB hoger dan de gemiddelde waarde van stereo grammofoonplaten. Hiermee werd DIN45511 norm vér overschreden! De dynamiek gemeten naar DIN45510 werd tevens ruim overschreden!

ReVox F36-reclame uit technische lectuur.

De F36 werd wereldwijd als een semiprofessionele stereobandrecorder gezien en beweegt zich prijstechnisch tussen de duurdere amateurmachines en studioapparatuur en is geschikt voor mensen die een professioneel resultaat zoeken, maar zich géén professionele machine kunnen veroorloven. Wetenswaardig is de opmerking in historische lectuur, dat de ReVox 36-serie relatief onbekend is gebleven in Duitsland, in tegenstelling tot de grotere Studer C37 van dezelfde Zwitserse producent... Als reactie van Studer, werd er vervolgens intensiever geadverteerd in de Duitse technische lectuur.

Studer-ReVox werd groter...
We gaan hier terug naar het jaar 1958. Blijkbaar komt er meer vraag naar semi-professionele en professionele bandrecorders. In 1958 koopt Willi Studer 36.000 m2 grond en heeft in Regensdorf Zurich 1200 mensen in dienst. Uiteraard volgden er later meerdere fabrieken die hij, als actieve ondernemer, uitbouwde met een veelvoud aan personeel en verhuisde in Regensdorf steeds weer naar een groter fabriekscomplex. Luidsprekers werden vanaf het jaar 1969 ook weer apart in een andere fabriek gemaakt, in Loffingen, en renovatie was aan de orde van de dag. Willi Studer had een ruime, ondernemende geest en kon vooral niet stilzitten. Ook in buitenland was hij niet meer te stoppen en vestigde wereldwijd nieuwe bedrijven; zoals in Duitsland, Amerika, Singapore, Canada, Zuid-Afrika, Parijs en zelfs ook in Japan!

Een Japanse gebruiksaanwijzing voor de G36.

ReVox G36, met 26,5 cm spoelen
Het laatste type van de 36 serie, de G36, werd van 1963-1967 gemaakt.
Ingrijpend is de verandering en vergroting in de spoelcapaciteit van 25 cm naar 26,5 cm ten opzichte van de F36. De limiet van techniek was toenmaals bereikt met de bouw van deze G36 buizenrecorder, die dientengevolge aan het einde van haar productie geheel was uitontwikkeld en ook niet meer verbeterd kon worden. Het apparaat werd in 1964 vergeleken met diverse andere recorders uit zijn prijsklasse en getest in een Noord-Amerikaans testlaboratorium en kreeg als meest succesvolle recorder het predicaat Bestseller aangeprezen. De capstanmotor, aandrukarm en toonkoppenbrug werden in één massief gegoten gietijzeren constructie samengevoegd om de uiteindelijke stabiliteit van de geluidsweergave te verkrijgen. Tevens kreeg de G36 een facelift in de kleurwisseling; mintgroen wordt grijsblauw.
De aandrijfmotor was voor de eerste maal een synchroonmotor, die binnen de kleinste toleranties de juiste snelheid verzorgde. De algemene opstelling van druk- en draaiknoppen bleef gehandhaafd, als een soort handtekening van Willi Studer.

De eerste ReVox, G36, met gescheiden VU-meters.

Dit was de eerste ReVox uitgevoerd met twee gescheiden, verlichte, VU-meters. De G36 kwam ook in onder de aandacht bij diverse voorlichtingscampagnes en consumentenrubrieken.

ReVox sluit zijn buizentijdperk af...
De G36 vormt nog steeds een mooi bezit voor ware HiFi-liefhebbers en bestaat sporadisch met studiosnelheid 19/38 cm/sec. Tegenwoordig wordt hij zelfs vaker gebruikt in combinatie met digitale apparatuur om het geluid warmer te doen klinken. In 1967 rolde de allerlaatste buizenrecorder G36 van de band om plaats te maken voor zijn opvolger, een voltransistor: de A77.
Het was helaas ook meteen het einde van het historisch buizentijdperk bij ReVox, men schakelde dus over op transistoren. Op dit hoogtepunt van de buizenrecorders van ReVox, werd dit tijdperk ook meteen afgesloten, in een werkwijze die kenmerkend was voor Willi Studer.

De ingangsgevoeligheid is gemakkelijk instelbaar bij de ReVox A78 versterker.

Bij deel II reizen we 50 jaar terug in het audioverleden van Willi Studer, naar 1967, met de komst van de ReVox A77, waarbij we ons onder andere verder verdiepen in de techniek van deze voltransistor bandrecorder!